Commerciële insectenkweek: veelbelovend, maar niet zo eenvoudig

18 februari 2019
Blog

De wereld snakt naar duurzame eiwitbronnen. De reguliere dierlijke eiwitbronnen staan steeds meer onder druk, onder andere door de nadelige effecten op het milieu. Al snel wordt gedacht aan vervanging door planten, maar buiten plantaardige eiwitbronnen zijn ook insecten in opmars. Insecten worden namelijk gezien als een veelbelovend en duurzaam ingrediënt voor voeding voor mens en dier.

Portretfoto Sanne Jacobs
geschreven door:
Sanne Jacobs Consultant innovatie
insect

Binnen de diervoederindustrie krijgen insecten en bijbehorende verwerkingen vaker een vaste plek. Ook wordt de zogeheten insectensnack langzaam geïntroduceerd bij de consument. Bijvoorbeeld een bitterbal van meelwormen of een sprinkhanensmoothie. Deze nieuwe, duurzame eiwitbronnen in de vorm van insecten voor humane consumptie hebben niet per se als doel de dierlijke vleesindustrie te vervangen, maar zijn een welkome aanvulling en gezond alternatief.

De Nederlandse insectenketen groeit en het kweken van insecten wordt steeds professioneler en grootschaliger uitgevoerd. Steeds meer veevoederbedrijven zijn geïnteresseerd in het inzetten van insecten in hun diervoeders. Daardoor zien ook veel ondernemers uit verschillende sectoren de toenemende belangstelling voor insecten als een kans voor hun eigen bedrijf.

Eigenlijk is het heel logisch dat insecten worden gebruikt voor diervoeders. Insecten komen van nature voor in het voedingspatroon van vissen, pluimvee en varkens. Insecten zijn namelijk goed verteerbaar en hebben in specifieke gevallen een antibacteriële werking. Daarnaast is gebleken dat het eten van insecten de voeropname, groei en voederconversie bevorderen. Ook kunnen insecten de voedselketen circulair maken: ze kunnen bijvoorbeeld gekweekt worden op reststromen uit de voedselketen of, wanneer wetgeving het toelaat, op mest. De insectenketen is dus een belangrijke (toekomstige) schakel in het sluiten van de voedselkringloop.

Kansen en bedreigingen

Er liggen veel kansen, maar toch is de introductie van insecten als voedingsmiddel voor mens en dier niet zo eenvoudig als het lijkt. Wettelijk gezien is het bijvoorbeeld nog niet toegestaan om insecten te kweken op mest. De wetgeving rondom insecten is ook op andere punten nog niet toereikend om alle mogelijkheden die insectenkweek biedt toe te passen. 

Een belangrijk knelpunt in de wetgeving richt zich op de diercategorie waaronder insecten volgens de EU-wetgeving vallen. Volgens de huidige wetgeving zijn insecten namelijk landbouwhuisdieren. De huidige BSE/TSE-wetgeving (Transmissible Spongiform Encephalopathies) verbiedt de toepassing van insecteneiwit in veevoer, omdat dit een dierlijk eiwit is. De internationale belangenorganisatie voor insectenkwekerijen en verwerkers (IPIFF) lobbyt in Europa (mét succes) voor aanpassingen in de insectenwetgeving en verwacht ook veranderingen. Halverwege 2017 is besloten dat het toepassen van  insecteneiwit is toegestaan in visvoer. Naar verwachting wordt in 2020 de TSE-wetgeving voor varkens herzien, waarna duidelijk wordt of de mogelijkheden binnen deze sector wijzigen. De IPIFF verwacht echter dit jaar al groen licht voor het gebruik van insectenmeel in pluimveevoer. Als de wetgeving voor pluimveevoer wijzigt, volgen andere markten naar verwachting snel. En dan ligt de markt voor grootschalige toepassing van insecteneiwit echt open. 

Voedingsmiddelen met insecten vallen sinds 1 januari 2018 volgens Europese wetgeving onder de zogenoemde ‘novel foods’. Dat betekent dat voedingsproducten met insecten nu een wettelijk kader hebben om legaal op de Europese markt te komen. Ongeveer de helft van al het geproduceerde voer met insectenmeel wordt gebruikt in visvoer en naar verwachting zal dit aandeel stijgen naar 75% in 2030.

Op weg naar grootschalige toepassing

Het voeren van insectenolie en levende insecten is wel toegestaan bij kippen, varkens en koeien én met succes. Op dit moment wordt het al toegepast in biggenvoeding en in de supermarkt ligt reeds het ‘Oerei’. Dit zijn eieren van legkippen die aanvullend gevoerd worden met levende insecten. 
Naast de wetgeving zijn er nog een aantal andere hobbels te nemen op de weg naar een grootschalige toepassing van insecten in de voedingsindustrie: 

  • Het opschalen van de insectenkweek, bijvoorbeeld door automatisering en de ontwikkeling van gecontroleerde productiesystemen. Het produceren van grote volumes is nodig om insecten interessant te maken voor afname door veevoederfabrikanten. Deze automatiseringsontwikkelingen zullen de insectenproductie minder arbeidsintensief maken. Insectenproducenten zijn goed op weg en er zijn reeds aanzienlijke investeringen gedaan in semi-automatische systemen in Europa. 
  • Veehouders in de EU moeten voldoen aan de verwachtingen van de consument voor veilige, voedzame en hoogwaardige producten van dierlijke oorsprong. Van hen wordt ook verwacht dat zij maatschappelijke uitdagingen aanpakken, zoals het verminderen van het gebruik van antibiotica. 
  • De verantwoordelijkheid voor de veiligheid van de diervoeders of levensmiddelen die op de markt worden gebracht, ligt bij de individuele exploitanten van de producent/verwerker. Er is nog niet veel bekend over ziektes en voedselveiligheid bij gekweekte insecten en daarbij moet de traceerbaarheid van de producten gewaarborgd worden. 

Subsidiemogelijkheden voor de insectenbranche

Kortom, er zijn drie belangrijke criteria voor de groei van commerciële insectenkweek (zoals beschreven in het rapport van IPIFF):

  • opschaling;
  • wetgeving;
  • consumentenvertrouwen. 

Om groei van de insectenketen te bewerkstelligen, stelt de overheid geld beschikbaar voor innovatie en ontwikkelingen/investeringen. 
Vooral voor opschaling liggen veel kansen voor ontwikkelingen binnen Nederland en deze ontwikkelingen kunnen ook worden gesubsidieerd. Bijvoorbeeld door een POP3-regeling (Plattelandsontwikkelingsprogramma) voor de ontwikkeling of verfijning van innovaties tot praktijkrijpheid door een samenwerkingsverband tussen de verschillende insectenkwekers of een insectenkweker met een kweeksysteemproducent of voerleverancier. Als twee niet-agrarische ondernemers samen willen werken aan de innovatie binnen deze sector, kunnen een stimulering van de R&D samenwerkingsprojecten van MIT of subsidie vanuit EFRO mogelijkheden bieden. 
Voor insectenkwekers, voerleveranciers of producenten van kweeksystemen of voedingsmiddelen gebaseerd op insecten die zelf speur- en ontwikkelingswerk aan de kweeksystemen of producten uitvoeren, kan de WBSO een stimulans zijn. 
De investering in een insectenkweeksysteem kan fiscaal gesubsidieerd worden door toepassing van MIA\Vamil, eventueel gecombineerd met een investeringssubsidie binnen de POP3-regeling. 
Verder kan gekeken worden naar de haalbaarheid van voorgenomen projecten binnen deze sector met een haalbaarheidsstudie van MIT.

Contact

Al met al liggen er voor de insectenketen nog volop kansen. Aan de andere kant kent de sector ook nog een aantal belangrijke onduidelijkheden en bedreigingen die getackeld moeten worden om te komen tot ontwikkeling. Naast de hierboven benoemde mogelijkheden zijn er nog behoorlijk wat aanvullende kansen binnen de insectensector, vaak gestimuleerd met subsidie. Mocht u dus bezig zijn met innovaties, ontwikkelingen, investeringen, branchebrede trainingen of andere onderwerpen binnen de insectensector, neem dan contact met ons op. We bekijken graag samen met u de mogelijkheden. 

 

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Onze specialist helpt u graag verder!

Mail Sanne
Portretfoto Sanne Jacobs
Consultant innovatie
Bel
073-6465475
Aanmelden e-mailnieuwsbrief

Aanmelden nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste subsidienieuws via onze e-mailnieuwsbrief
Meld u direct aan